Vandaag maar een korte fietsroute: officieel zou ik vandaag 34,5 km moeten fietsen, maar het worden er maar 33 km.
Om niet te vroeg in het hotel in Magdeburg te arriveren, vertrek ik pas om 10 uur. Wat me mooi de tijd geeft om de maaltijd van gisteravond alsnog op te eten.
Ik zit nog maar net op de fiets of de weg loop steil naar beneden: aanlegplaats voor de pont over de Elbe. Ik heb me helemaal niet voorbereid op de route van vandaag, en zowel rivier als pont zijn dan ook een grote verrassing. De pont ligt aan de overkant, we moeten een kwartier wachten voor we kunnen oversteken. Zo helemaal aan het begin van de dag is dat een beetje ongemakkelijk.
Na mij komt een ouder echtpaar aangefietst. Ze vallen me direkt op omdat ze als eerste naar beneden rijden om de beste plek op de pont in te nemen, en als laatste naar het loket gaan om een ticket te kopen.
Als we de pont afrijden, blijven ze een tijd aarzelen om de juiste weg te kiezen, terwijl er helemaal geen keus is: je kunt alleen maar rechtdoor. Even later halen ze me in, ze fietsen veel harder, elektrisch.
Dit patroon zal zich een paar keer herhalen: zij staan te dubben: er valt niet echt iets te kiezen dus ik fiets hen voorbij, zij rijden harder dus ze passeren me, enzovoort.
Onze 2e ontmoeting is als de route rechtsaf zou moeten gaan, maar de weg is geblokkeerd. De vrouw vraagt of we erlangs kunnen, het korte antwoord luidt "Baustelle", wat in Duitsland zoveel wil zeggen als Absoluut Onmogelijk.
Ik fiets meteen door. Het begint te regenen, en ik ga uitvoerig mijn fietsbroek en gloednieuwe rubber overschoenen aantrekken. Die rubber overschoenen zijn moeilijk aan te krijgen, eerst de schoenen uit, dan het strakke rubber tot boven de enkel wurmen, schoenen aan, rubber weer naar beneden en over de schoenen heen trekken. Dan de regenbroek aan.
Gelukkig had ik thuis al even geoefend, dus ik weet dat je er echt goed voor moet gaan zitten: zeiltje op de grond, alles bij de hand, geduld en vertrouwen. En inderdaad het lukt.
Er staan regelmatig richtingaanwijzers naar Hohenwarthe, en ik zie met 1 blik op de kaart dat ik via dat plaatsje de oostoever van de Elbe kan bereiken, krek wak wou.
Dan ineens zie ik het echtpaar op de dijk rijden, terwijl ik onder de dijk fiets, we zwaaien naar elkaar.
Uiteindelijk zien we elkaar nog een keer als zij onder een viaduct staan te schuilen voor de regen.
Even een klein praatje en dan ga ik weer verder, het ziet er niet naar uit dat de regen gaat ophouden, en ach, die paar druppels deren me niet.
Na het middaguur vind ik een mooie schuilhut, tijd voor een lunch en een dutje. Daarna is en blijft het droog. Wat zeg ik, de zon gaat zelfs schijnen!
Het is nog maar een klein stukje naar Magdeburg. Als ik de stad inrij, blijkt dat ik veel te vroeg bij het hotel ga aankomen, en ik besluit om half 2 met de fiets in de hand te gaan lopen.
Ik merk meteen al dat ik het een heerlijk stad vind. Stadse allures maar niet te druk, mooie gebouwen en vriendelijke mensen.
Om 5 voor 2 kom ik aan bij het hotel, prachtige entree, maar niemand achter de balie. Een heerlijke stoel om even te ontspannen. Klokslag twee komt iemand naar de receptie, en ik kan door naar de kamer die me prima bevalt.
Na een uurtje besluit ik om mijn fiets naar de Radbox te brengen, is nog best een flink eindje bij het hotel vandaan. Hoewel de Radbox op het oog dezelfde maat heeft als die in Berlijn, past mijn fiets er keurig in, alleen de mount voor m'n smartphone moet iets worden verdraaid.
Ik loop op de bonnefooi wat rond, alle kerken zijn potdicht, helaas. Toevallig kom ik langs het Kulturhistorisches Museum, laat ik dat maar eens gaan bekijken, tijd genoeg vandaag.
Gelukkig zie ik in het museum een afbeelding van de Magdeburger halve bollen: ik had daar nog nooit van gehoord, en Coos plaagde me ermee toen ik van huis vertrok.
Jetzt weiß ich bescheid...
Het panorama over de stad vind ik indrukwekkend: al die kerktorens, de een nog hoger dan de ander.
Helaas is in 1631 een groot deel van de stad en zijn bevolking vernietigd: een uit de hand gelopen verovering van de stad door troepen van de Duitse keizer en de Katholieke Liga, in een poging daar de Zweedse troepen tegen te houden.
Maar toch zijn vanaf de oosterlijke oever van de Elbe ook nu meerdere kerktorens te zien, ook nu is de aanblik indrukwekkend. En dat is eigenlijk heel bijzonder, want de stad is niet alleen in de 17e eeuw verwoest, ook in de 2e wereldoorlog is de stad zeer zwaar getroffen.
Meest bijzonder aan deze korte fietsdag vind ik, dat ik zo weinig hinder ondervind van de sterke wind, en van de regen.
Ik zit vooral te genieten van de dreigende luchten,
en van de weerschijn in de regenplassen.
En als ik dan 's avonds in mijn hotelkamer zit,
en een flinke onweersbui hoor overkomen,
dan voel ik me zo bevoorrecht:
op reis en toch heel comfortabel een dak boven het hoofd!!
Tram naar het station stopt voor de deur.
Flixbus rijdt van Magdeburg met 5 tussenstops naar Rotterdam.
In Rotterdam per tram naar huis.
Om half 6 loopt de wekker af, het laatste stuk brood opgesneden en besmeerd met de laatste boter en de laatste pindakaas, zaadjes eroverheen zodat het niet meer plakt.
Op zaterdagmorgen in alle vroegte op de tram wachten: komtie echt terwijl de stad nog slaapt? Ja, hij komt; en het lukt om in de tram een ticket uit de automaat te trekken.
Omdat ik veel te vroeg op het station ben, ga ik even in de boekhandel kijken die al open is.
Ik koop een boek, tjonge wat zijn boeken goedkoop in Duitsland, natuurlijk omdat de oplages veel groter zijn dan in NL.
Plus een tijdschrift: Spiegel Geschichte, over de Middeleeuwen.
Flix is keurig op tijd, de Poolse chauffeurs doen niet moeilijk: geen Ausweis nodig.
De bus zit vol, de reizigers zijn rustig, de tijd vliegt.
In Rotterdam koop ik op het station even wat voer.
Thuis ga ik heel veel eiwitten scoren, om de hersteltijd na deze heerlijke tocht te versnellen!
busbuurman
Als ik in de bus naar mijn gereserveerde plaats loop, staat m'n buurman meteen op,
zodat ik bij het raam kan gaan zitten zonder dat ik daarom hoef te vragen.
Als ik bezig ben me te installeren, is m'n buurman ook wat aan het rommelen,
zodat ik niet het gevoel heb hem te storen.
Terwijl ik mijn Duitse tijdschrift over de Middeleeuwen zit te lezen,
pakt hij zijn Poolse boek over psychoanalyse weer op,
terwijl de rest van de bus op een schermpje zit te turen.
Als onze schouders elkaar raken, voelt dat heel natuurlijk.
Als ik bij een langere stop wil uitstappen om een boterham met pindakaas te eten,
gaat mijn buurman als vanzelf ook naar buiten.
Als mijn buurman in Amsterdam plotseling zijn spullen pakt en de bus uitsnelt,
bedenk ik dat voor hem de tijd ook is voorbijgevlogen...