De Hanze-route gaat tot Zaltbommel, zowel begin- als eindpunt is van de 3.000 km lange route.
Maar ik ben begonnen in Rotterdam, waar ik woon, en wil ook naar Rotterdam terugfietsen.
Vandaag ga ik tot Woudrichem, een aardig stadje waar ik op de heenweg ook langs ben gekomen.
In totaal zijn 4 veerpontjes te verwachten: de 1e om de hoek van de camping in Megen, de 2e Moordhuizen- Lith, de 3e Maren - Alem, en de laatste Loevesteyn - Woudrichem.
De laatste vaart van het toeristische pontje Loevesteyn - Woudrichem gaat om 17.30 uur; met mooi weer kan het hier heel druk zijn, en er kunnen maar 11 fietsen op de boot. Maar ik ga vroeg op pad met slechts 60 km te gaan, dus ik kom ruimschoots naar de overkant.
Echt heerlijk geslapen, wat ik vreemd vind want om de paar uur gilden de ganzen.
Om 6 uur word ik helemaal vanzelf wakker, ik wil vroeg weg omdat 30 graden wordt verwacht.
Brood gesneden en beboterd, alles ingepakt en opgeladen.
Komt de engelsman naar me toe. Hij vraagt naar mijn route: Roermond - Rotterdam. Ah, hij fietst van Rotterdam naar Roermond, hij heeft héél slecht weer gehad. Tja dat kan kloppen, afgelopen dinsdag en woensdag heeft het hier en daar flink geregend. Hij had ook nogal wat wegwerkzaamheden.
Hij aarzelt of hij langs de Maas zal gaan, linkeroever of rechteroever. Hij pakt de kaart erbij, met GPS kan hij niet goed overweg.
Ik kan hem niet raden, ik kan ook zo gauw niet aanwijzen hoe ik ben gereden. Dan ineens besef ik dat hij best mijn routekaartjes kan hebben, ik heb ze uit het routeboekje gescheurd, en meegenomen voor geval Poetin of Musk de satellieten buiten werking stelt.
Maar vanaf hier tot aan Roermond heb ik die natuurlijk niet meer nodig. Hij blij, gaat meteen studeren en ik kan op pad.
Het is nog geen half 8 en slechts een paar honderd meter tot aan de 1e veerpont.
Ik zou over het fietspad langs de N329 moeten, maar dat is opgebroken en fietsen op deze N-weg verboden. Je kan me wat!!
Terwijl hier gisteravond een ellenlange rij auto's op de pont stond te wachten, zijn we nu maar met 3 auto's en 3 fietsen. De andere 2 fietsers zijn zwaar bepakt, wat sjouwen die mensen toch allemaal mee? Het lukt hen ook niet om de steile helling van de pont naar boven te fietsen, ik trap hen in laag verzet genadeloos voorbij.

Maar dat is dan ook de enige keer dat ik fietsers passeer. De hele dag trap ik gestaag rustig en licht, ik schat 50 slagen per minuut. De jonge mannen op racefiets gaan me met dubbele snelheid voorbij, en de ouwetjes met motor gaan ook allemaal harder dan ik.
Alweer zit ik zo te genieten, gewoon gedachteloos trappen, rondkijken, foto's maken.
Het is nog lekker koel, ik heb nog niet ontbeten, maar wil de lange eetpauze zo lang mogelijk uitstellen.
Het geintje van rusten en eten tijdens het wachten op de pont, gaat niet op: ik kan elke keer zo de pont oprijden, alsof ze op me staan te wachten!
Om kwart over 10 vind ik eindelijk een goede plek om te rusten en te eten. Vandaag is er nauwelijks schaduw, de vele bankjes staan allemaal in de zon.
Het is pas kwart voor 2 als ik de camping oprij. De receptie is nog niet open, maar de dame van de receptie staat me bij de ingang van de uitspanning op te wachten. Ik zoek een plekje bij een grote boom, zodat ik steeds in de schaduw kan gaan zitten, want in de zon is het inmiddels veel te warm.
Helaas heeft deze camping geen koude douches, er komt alleen warm water uit de kraan, mits je een campingkaart in de gleuf stopt. Voor mij geen campingkaart, is alleen maar lastig met afrekenen en inleveren. Ik doe het op z'n indonesisch: met bidons gooi ik het koude water over m'n body: gelukkig weet Google nog hoe dat heet: mandiën.
Het is duidelijk een gezinscamping, joelende kinderen overal. Er is een boekenkast waar ik een fijn boek uitkies, ik vermaak me er prima mee.
Volgens plan ga ik naar de enige pizzaboer van Woudrichem: een turkse Shoarma-zaak. Hoewel het binnen bloedheet is door de dönnerkebap die staat te grillen, en hoewel het in feite meer een afhaal restaurant is, ga ik toch, zoals gepland, de pizza ter plekke opeten.
Om half 9 begint de bingo op de camping. Heel op de achtergrond hoor ik de cijfers afroepen. Heel op de voorgrond hoor ik het waterpaleis: een plastic geheel dat met blaaslucht overeind gehouden wordt, waar een enkele kinderen onvermoeibaar aan het gillen zijn. Pas om 23 uur wordt het rustig, maar dan lig ik allang onder zeil.