Op de fiets van Camp am Waldesrand, Brietlingen naar camping Lütauersee bij Mölln.
Lekker rustig ingepakt, alles nog heel onwennig. De spanbanden die ik voor de fietstassen heb gebruikt zijn veel te lang. Maar ik heb een schaartje bij me. Echter geen aansteker tegen het rafelen. De overbuurvrouw zit te roken, en wil me graag haar aansteker lenen. Haar man vraagt waar ik vandaan kom, en schakelt naadloos naar het Nederlands over. Ik complimenteer hem en vraag hoezo hij zo goed NL spreekt. Ze hebben familie in Winschoten, komen daar al jaren maar er wordt dan alleen NL gesproken. Zo hebben ze het geleerd. Ik mopper dat ik wekenlang naar taalscholen geweest ben om Duits te leren, maar dat ik het niet zo goed spreek als zij Nederlands spreken.
Omdat ik gister de kortste weg naar de camping heb genomen, heb ik de beroemde Scheepslift van Scharnebeck gemist, zonde. Dus een extra lus gemaakt om deze alsnog te bekijken. Het lukt me helemaal niet om een idee te krijgen van de afmetingen van de scheepslift, er staan nergens mensen of voorwerpen om de afmetingen in te schatten. Is duidelijk niet in gebruik.
Het stadje Lauenburg bekeken, is een flinke klim naar boven, ga maar even gewoon op de weg uitrusten, veel verkeer komt er niet.
Bij het gehucht Sieben Eichen ligt een boom over de weg, gelukkig niet 1 van de 7 eiken, anders hadden ze de naam van het gehucht moeten veranderen. Laat ik de boom toch maar liggen, wegslepen lukt niet...
Een groot deel van de route gaat langs de Elbe. Ik denk dat er een officiele fietsroute loopt, ineens zoveel fietsers. Iedereen groet elkaar. Nou ja, bijna iedereen. De enkele wielrenner groet niet. En 3 zeer zuur kijkende echtgenotes van vriendelijke mannen groeten niet. Gezamenlijk radtouren is kennelijk niet altijd goed voor het humeur.
Terwijl ik bij een heerlijk beschaduwde picknicktafel zit te lunchen, zie ik een vrouw voorbij komen helemaal vol bepakt met de bekende rode Ortlieb tassen. Dacht: hé eindelijk nog een vrouw alleen op fietsvakantie. Maar nee hoor, 5 minuten later komt een man voorbij met precies dezelfde tassencombinatie in het zwart. Dus toch een echtpaar, in zoverre uitzonderlijk dat zíj voorop mag rijden.
Met nog ongeveer 9 km te gaan, word ik een zandpad opgestuurd dat werkelijk steil omhoog gaat. Dat is gekkewerk. Ik kan wel even de boel naar boven tillen, maar ik weet niet hoe lang het zo slecht blijft. Ik besluit de provinciale weg te nemen, geen pretje trouwens. Zodra ik een betrouwbaar bospad zie dat de goede kant uit lijkt te gaan, waag ik de gok. Maar het is allemaal heel moeilijk te volgen op mijn GPS. Achteraf blijkt dat ik teveel rechtsaan gehouden heb, waardoor ik toch wat kilometer heb omgereden.
Ik kom doodmoe aan op de camping. Zit een tuttige vrouw bij de receptie die volgens mij nog nooit een tent van binnen heeft gezien.
Ze wijst me op de kaart het tentenveld. En het sanitair, dat een heel eind van de tenten verwijderd is. Ik vraag of er bij de tenten niet ook toiletten zijn. Nee dus.
De camping is terrasvorming opgebouwd, tenten staan op de top.
Dan zie ik ineens het Ortlieb echtpaar, Nederlanders, dat al aardig ingericht is. Zij heeft de toiletten ontdekt, een heel eind naar beneden. Zucht. Ik kijk of ik dichterbij de toiletten mijn tent op kan zetten, maar nee hoor, het blijft een geklauter.
Onderwijl probeert de Ortlieb man vergeefs zijn powerbank op te laden: er staat geen stroom op de stopkontakten. Gelukkig staat er op het veldje dat ik in beslagneem, wel stroom op het normale stopkontakt, buurman is herzlich eingeladen.
Dan klinkt ineens een gejuich: pal achter ons staat een prima toiletgebouw!! Hoera, ik kan de Ortlieb vrouw wel om de nek vliegen van opluchting!