Klinkt simpel: op de fiets van Prenzlau naar Oberberg.
Echter: gemiddeld kom ik niet boven de 10 km per uur uit.
En de dagafstand is 86 km, niet zoals ik eerst dacht 80 km. Routeyou kwalificeert deze dagtocht als zwaar. Ik zal er naar schatting 9 uur over doen.
Het wordt om half 8 licht, en om half 5 zet de schemer in. Precies 9 uur om bij daglicht te kunnen fietsen...
Om 6 uur rukt de wekker me uit een grappige droom; ik heb uitzonderlijk lekker geslapen. Om 7.30 stap ik op de fiets, en rij ik de stad uit. Maar dat is nog niet zo makkelijk, want er is een wegopbreking. Als ik de wegwerker vraag hoe ik met een fiets aan de andere kant kan komen, zegt hij heel nors Baustelle. En ineens herinner ik me dat Duitsland op dit punt heel streng is: geen mens mag een Baustelle op.
Gelukkig heb ik gisteravond de Garmin toch nog aan de praat gekregen, zodat ik zelf een omleiding kan verzinnen.
Want Fietsknoop geeft in deze afgelegen regio alleen de kale route aan, niet de onderliggende map.
Met een kwartier vertraging bereik ik de wegopbreking van de andere kant. Nou dat begint lekker!
Om tijd te sparen zal ik vandaag alleen foto's maken als ik toch al moet stoppen om uit te rusten. Je krijgt dus een veel reëler beeld van hoe het landschap eruit ziet dan als ik, zoals op normale dagen, alleen de juweeltjes fotografeer!
De dunne wollen onderhandschoenen gebruik ik niet, ben te ongeduldig om elke keer de wanten eroverheen te wurmen. Het is ook niet echt koud, vandaag is het bewolkt en (nog) minder wind dan gister.
Ik heb me voorgenomen om niet al te veel op de tijd te letten en niet al te zenuwachtig te worden.
Ik wil wel genieten.
En doorrijden is een spel geen wedstrijd.
Tja en bij spel hoort dat je moet omgaan met tegenslagen.
Die zijn voldoende voor handen...
Om 9 uur kom ik op een weg waar ik rechtsaf in moet, maar waar een omleiding wordt aangegeven omdat de spoorwegovergang niet berijdbaar is. Ik kijk op de Garmin waar die omleiding naartoe leidt; het lijkt erop dat de omleiding zo ver om is dat ik hem op de Garmin niet kan vinden. Ik gok erop dat dit bord per ongeluk is blijven staan, dat de werkzaamheden aan het spoor al lang klaar zijn, en dat ik rustig met de fiets die spoorwegovergang kan passeren.
Fris en vrolijk fiets ik over de halfverharde weg, ik ben wel wat gewend. Maar dan komt de spoorwegovergang in zicht. Er wordt keihard gewerkt, terwijl de treinen gewoon doorrijden. Best een gevaarlijke situatie en het is ondenkbaar dat ik de mannen nog meer in gevaar zou brengen door alleen al te suggereren dat ik er misschien langs zou kunnen.
Wel vraag ik een vriendelijke werknemer die even een sigaretje uit zijn auto haalt, of hij denkt dat ik over het bospad dat langs het spoor ligt Warnitz zou kunnen bereiken. Hij zegt dat hij daar geen zinnig woord over kan zeggen. Ik ben nu al zo ver gekomen dat ik geen zin heb om alsnog terug te rijden. Het bospad blijkt een modderpad, maar ik heb er alle vertrouwen in dat ik in Warnitz uitkom.
Mispoes. Het pad wordt steeds rommeliger en eindigt dan op een tractorspoor dwars door een ingezaaid veld wintertarwe. Ik weet niet of je wel eens over een tractorspoor heb gefietst, maar dat is nog erger dan echte keiweg: holderdebolder. Ik ga maar lopen.
Het traktorspoor loopt omhoog, ik begin er steeds minder vertrouwen in te krijgen, maar ja terug is nu al helemaal geen optie meer.
Maar dan zie ik recht voor me uit een paar auto's rijden. Daar moet ik zien te komen. Ik kom bij een afgehekt terrein met gammele zelfbouwhuisjes, geen mens te bekennen. Ik ga zonder fiets poolshoogte nemen, en loop om dit terrein heen. Het ziet er naar uit dat ik bij die weg kan komen, mits er geen diepe greppel of sloot langs de weg loopt.
Ik haal de fiets weer op, en joepie het leed is geleden. Ik zit weer op een normale weg, en even later rijd ik onder het spoor door en zegt de lieve dame van Fietsknoop: je bent er weer.
Wat een avontuur.
Het lopen door het veld kostte heel veel energie, maar ik troost me met de gedachte dat het in tijd niet ongunstiger was dan de officiële omleiding.
Na een uitvoerige rust fiets ik weer fit verder.
Ongeveer 12 km na het Warnitz zou er een steile stijging moeten komen en ik ben heel nieuwsgierig of het mij lukt die stijging baas te worden. Maar zoals al eerder het geval was, is het lastig om te bepalen welk van de vele stijgingen die hele steile stijging is.
Als ik heel veel moeite moet doen om de smalle brug over een snelweg op te komen, besluit ik dat dit de boosdoener was. En dat ik, zoals op het routeprofiel aangegeven, nu alleen nog maar slappe stijginkjes zal krijgen.
Mispoes. Elke keer weer verschijnt er een nieuwe stijging die ik alleen in zijn één en soms zelfs met zigzaggend kan nemen. Totaal rust ik zo'n vier keer uitvoerig, ik ga dan op een rug in de bladeren liggen, met de capuchon over mijn helm heen. Ik neem vandaag niet de moeite om elke keer mijn mooie bruine kleedje te pakken en weer op te vouwen, geen tijd voor.
En als je dan denkt dat twee omleidingen op een dag wel voldoende zijn, dan ben je te optimistisch. Want bij een volgende spoorwegovergang staan wat onbegrijpelijke bordjes; er zijn geen wegwerkers, er staat geen omleiding aangegeven, maar het lijkt toch onmogelijk om het spoor te passeren.
Ik ga even heel goed kijken of het toch niet lukt, als een man aan de andere kant uit zijn auto komt en tegen mij zegt: Ich denke es geht nicht.
Vervolgens biedt de man aan om mij naar de overkant te helpen. Hoewel het niet ongevaarlijk is vanwege de drukke treinverkeer, neem ik toch zijn aanbod aan. Ter plekke zijn twee sporen. Het spoor waar we eerst overheen moeten, is lastig want de betonplaten die normaal bij een overgang tussen de sporen liggen, zijn verwijderd. We moeten de fiets van de weg naar de lager liggende keien tillen, en dan over zeker 20 cm hoger liggende sporen tillen. Met zijn tweeën lukt dat. Het tweede spoor kan ik makkelijk alleen oversteken.
Maar ik schaam me wel een beetje dat we zo'n onverantwoorde actie hebben gedaan. Normaal gesproken zou ik echt het risico niet nemen.
Thuisgekomen echter zie ik dat de kortste omleiding op 15 km extra neerkomt, ik zou Oderberg dan nooit meer fietsend hebben kunnen bereiken. Gezien de begroeiing op GoogleMapsView denk ik dat het spoor waar we de fiets moesten tillen, waarschijnlijk allang buiten gebruik is.
Niet veel later zie ik een verkeersbord: 8 km naar Oderberg, m'n eindbestemming voor vandaag. Thuis heb ik gekeken of ik deze afkorting in geval van nood niet zou kunnen gebruiken. Ik had toen besloten dat niet te doen, omdat het op deze weg echt gevaarlijk is als fietser.
Bovendien had ik de indruk dat het maar 10 km zou schelen; in werkelijkheid blijkt het 18 km korter te zijn, dat zet natuurlijk zoden aan de dijk, maar toch: ik doe het niet.
Volgens mijn berekening zou ik iets over vijven in Odenberg kunnen aankomen, maar ik hoop nog op de sterke afdaling die routeyou op zijn hoogteprofiel heeft laten zien. Als ik een flinke tijd met 25 km/u naar beneden kan, dan kan ik flink inlopen. Zodra ik echter het pad langs de Oder volg, constateer ik dat hiervan geen sprake is. Ik mail de host van mijn Feriënwohnung dat ik wat later aankom.
Dat geeft rust. Ik zal wel na donker aankomen, we zien wel hoe dat loopt.
Vooraf zag ik dat ik alleen nog maar asfaltweg zou krijgen.
Mispoes. De route langs de Oder is inderdaad asfaltweg en ik geniet hiervan tijdens de schemering. Maar zodra ik dan naar het westen fiets langs de Alte Oder, wordt het pad tamelijk slecht. Afwisselend grind, keitjes, kapotte betonplaten, plassen, gaten en onderwijl zie ik het pad alleen nog maar met mijn overigens zeer goede fietslamp. Maar dit is zo vermoeiend rijden, ik moet zo goed uitkijken. En hard gaat het ook niet.
Precies om 5 uur, het moment waarop het totaal donker zou zijn, kom ik bij de eerste lantaarnpalen van Oderberg. Verder een makkie zou je denken.
Mispoes. Er zijn werkzaamheden aan brug die ik over moet, zeer trage stoplichten om verkeer afwisselend over 1 baan te leiden. Gelukkig zie ik dat ik over het voetpad kan lopen. Maar daarna moet ik een ongemakkelijk steegje in, onverlicht, rare trappetjes en hoogteverschillen. Gelukkig ben ik nu vlakbij mijn Feriënwohnung. Helaas weet ik het huisnummer niet meer, dat ik moet opzoeken in de tas in het donker. Gevonden. Een zwangere vrouw met kind in een draagdoek laat me een gezellige woonkamer met slaapkamer zien. Ik dacht echt dat de badkamer gewoon in dat appartement zou zitten.
Mispoes, die is aan het eind van de lange gemeenschappelijke gang, wel voor mij alleen, maar reuze onhandig als ik 's nachts vier keer naar het toilet moet. Ook de op- en afstapjes die ik dan met mijn slaapdronken kop tegenkom, baren me zorgen. Ik hoop dat ik ergens een emmertje kan vinden.
Ik mag de fiets in de hal zetten, maar dan moet ik wel een trap van 7 treden op. Ik haal de tassen eraf, en met m'n laatste krachten til ik de fiets schuin de trap op.
Ik ben zo ongelooflijk moe, ik ga eerst een paar koppen thee drinken met appel siroop erin, anders krijg ik de thee zogauw niet weg. En dan op bed met Schönberg en Effie Briest. Na een uur schop ik mezelf het bed uit om eten klaar te maken. Na het eten spreek ik mijn belevenissen in; het oneindig aantal spellingsfouten en de slechte interpunctie zal ik later wel corrigeren.